Aquarium- en vijvertechniek in de praktijk, deel 2
Het gebruik van hulpmiddelen bij de waterbeheersing

Voor de kennis en know-how van waterchemie. Met voorbeelden van het gebruik van de diverse hulpmiddelen voor een praktisch inzicht.

Tekst: W. van Lierop

Watertoebereiding

Toevoegingen aan het leidingwater vooraf

De allerbelangrijkste toebereiding vindt al meteen in het begin plaats. Dit is wanneer er vers leidingwater aan het aquarium of vijver wordt toegevoegd. Omdat het leidingwater vaak een te hoge hardheid bezit en een gebrek aan diverse sporenelementen, is het water in vergelijking tot natuurlijk water uit de diverse tropische regio's onbruikbaar qua samenstelling. Ook zal hierdoor vaak een onjuiste pH ontstaan. Bovendien neemt de vervuiling van het leidingwater steeds verder toe. Een verhoogd nitraatgehalte of een hoog siliciumgehalte, alsmede de aanwezigheid van zware metalen zoals koper en zink in nieuwbouwwijken, maakt een behandeling van het water vooraf noodzakelijk. Hierbij kan men dan denken aan diverse producten die de tere slijmhuid van de vissen beschermen tegen zulke slechte invloeden. Ook zullen dergelijke producten het aanwezige koper of zink binden en hierdoor onschadelijk maken voor de vissen. Natuurlijk bevat het aldus behandelde water nog steeds te weinig sporenelementen voor een juiste plantengroei. Daarbij kan men dan de hulp inroepen van de diverse preparaten die als meststof aan het water worden toegevoegd. Dit dient natuurlijk met de nodige restricties te gebeuren. Een nieuw aquarium zal in het begin voldoende voeding bevatten door de ingebrachte voedingsbodem. Raakt deze voeding op (wat reeds na enkele weken kan gebeuren), dan dient ze te worden aangevuld met de meststof voor planten.

  Omkeerosmose-apparaat
Water voorbereiden door middel van een omkeerosmose-apparaat
De beste methode om water geschikt te maken voor aquariumgebruik is via een omkeerosmose-apparaat. Dit toestel is in staat om op adequate wijze alle stoffen uit het leidingwater te verwijderen. Echter, niet alleen worden de afvalstoffen uit het water verwijderd, maar ook de nuttige mineralen en sporenelementen. Men verkrijgt dus uiteindelijk water dat bijna niets meer bevat. Dit is natuurlijk niet wenselijk. De noodzakelijke mineralen en sporenelementen dienen dan ook weer te worden toegevoegd. Hiervoor is een mineralenmengsel in de vakhandel verkrijgbaar. De slechtste manier is om het water te mengen met gedeeltelijk leidingwater. Weliswaar heeft men dan weer voldoende mineralen, maar men brengt ook weer een deel van de vervuiling terug.

Het gebruik van kunstharsen
In tegenstelling tot omkeerosmose, dat als een filter werkt, werken kunstharsen als een soort spons om de opgeloste ionen (stoffen) uit het water te verwijderen. Natuurlijk raakt deze kunstmatige chemische spons verzadigd. Deze dient dan geleegd (geregenereerd) te worden. Afhankelijk van het type hars wordt voor het regeneratieproces een zuur dan wel een base gebruikt. Voor ion-specifieke harsen (kunstharsen die slechts een bepaalde stof willen opnemen) wordt vaak voor de regeneratie een zout gebruikt (bv. kunstharsen om nitriet of nitraat te verwijderen). Een kunsthars kan ofwel kationen (positief geladen deeltjes) verwijderen ofwel anionen (negatief geladen deeltjes). Zulke harsen duidt men vaak aan als kati-hars en ani-hars. Wil men uitsluitend carbonaten uit het leidingwater verwijderen, dan is het gebruik van alleen kati-hars voldoende. Wil men het water ook ontharden en ontzouten, dan dient men het water achtereenvolgens door een kolom met kati-hars te laten lopen en daarna door een kolom met ani-hars. In ieder geval dienen de kati- en ani-hars nooit ondergebracht te worden in een aquarium of aquariumfilter. Men bereidt het leidingwater altijd separaat voor in een aparte container (kunststof). Hierdoor kan men het water vooraf meten en beluchten, voordat het wordt gebruikt in het te vullen aquarium. Voor de ion-specifieke harsen, zoals de nitriethars, gelden andere regels. Deze harsen kan men na regeneratie onderbrengen in een mechanisch filter dat voorzien is van een voorfiltering door middel van watten en/of schuim. Op deze manier kan men, mits men zorgvuldig werkt, gemakkelijk nitrieten en nitraten verwijderen.

Watercontrole

Het nut van watercontrole
Watercontrole kan plaatsvinden door metingen en visuele controle. Het beoordelen van bv. de helderheid en kleur geeft al veel informatie met betrekking tot zuiverheid en gebruikt filtermateriaal. Turf geeft een oker verkleuring. Een pH-meting van turfwater bevestigt meestal een lage pH-waarde en een lage KH-waarde. Het meest doorslaggevend zijn de wateranalyses, althans mits ze juist worden geïnterpreteerd. Daarin zit in de praktijk de moeilijkheid. Voor een gezelschapsaquarium zijn de volgende parameters van evident belang. Hardheid, zuurgraad, elektrisch geleidingsvermogen, ammonium, nitriet, nitraat en fosfaat kunnen uitsluitsel geven over de fysieke kwaliteit van het water en een indruk verschaffen over de afvalverwerking door middel van de aanwezige aërobe en anaërobe bacteriën. Ook andere waar te nemen zaken, zoals schuimvorming, watertemperatuur en de geur, kunnen duidelijke aanwijzingen verschaffen over de kwaliteit van het water. Onze menselijke zintuigen zijn tot veel meer in staat dan menigeen vermoedt, mits men er oog voor heeft.

Testen door middel van kleurvergelijking
De pH-test is vaak een kleurvergelijkingstest. Dit wil zeggen dat er aan een bepaalde hoeveelheid water een aantal druppels testvloeistof moet worden toegevoegd, waarna de kleur van de vloeistof vergeleken kan worden met een bijgeleverde kleurenkaart. De pH-waarde kan men dan simpelweg langs het kleurvlakje aflezen. Andere voorbeelden van kleurtesten zijn nitriet-, nitraat- en fosfaattesten. Wel dient men de kleurvergelijking onder daglicht - of een kunstlicht dat het daglicht benadert - te doen om een juiste vergelijking mogelijk te maken.

Titratietesten
Titratietesten zijn watertesten die door middel van een vloeistof, die druppelsgewijs gedoseerd wordt, een uitslag geven over de te meten waarde. Er worden net zo lang druppels toegevoegd totdat de kleurindicator het omslagpunt bereikt. De kleur verandert dan of er ontstaat een nieuwe kleur. De hoeveelheid gebruikte druppels tot dit omslagpunt is de maat voor de te meten waarde. Voorbeelden van dergelijke testen zijn de bekende GH- en KH-testkits.

Elektrische en elektronische meetapparatuur
Er zijn diverse elektronische meetapparaten in de handel voor het bepalen van pH, geleidingsvermogen en redox-waarde. Bovendien kunnen sommige van deze toestellen deze waarden zelfs regelen. Bijvoorbeeld bij een pH-regelapparaat wordt een magneetklep in- en uitgeschakeld die de toevoer van koolzuurgas controleert afhankelijk van de ingestelde pH-waarde.
  Meten is weten
Ook kan door middel van het regelen van de ozontoevoer de redox-waarde in een aquarium worden ingesteld. Dit gebeurt met een mV-regeling. Het praktische nut van deze toestellen voor een vijver is echter gering. Ze vinden veel meer toepassing in het aquarium en met name de zeewateraquaristiek. Ook is het mogelijk met een geleidbaarheidsregeling de waterhardheid op een bepaalde waarde te stabiliseren. Hierbij wordt dan de toevoer van osmosewater geschakeld door een magneetklep, die wordt bestuurd door de geleidbaarheidscontroller. Losse meetapparatuur voor het bepalen van deze waarden is verkrijgbaar onder diverse merken en soorten. Gemakkelijk en eenvoudig te bedienen, maar wat onnauwkeurig, zijn de meetapparaten in de vorm van een pen. Ze geven voldoende informatie om een globale indruk te krijgen van de te meten waarden. Wil men echter nauwkeurige analyses doen, dan zal men terug moeten vallen op de daarvoor bestemde meetapparaten met een losse, vervangbare elektrode.

Waterbeheersing door middel van biologie

Het inzetten van biologische filtersystemen
Biologische filtersystemen kan men grofweg in twee varianten onderverdelen: de filters die onder zuurstofrijke omstandigheden functioneren en de filters die zuurstofarm werken. De laatste noemt men ook wel anaërobe filtersystemen. Deze zijn wat moeilijker op te starten. Doordat deze filters werken met anaërobe bacteriën, die zonder zuurstof functioneren, zullen eerst de aërobe bacteriën de zuurstof in het filter moeten verwijderen, totdat het zuurstofgehalte dusdanig laag is geworden dat de anaërobe bacteriën zich kunnen vestigen. Bovendien hebben deze bacteriën een extra voedingsbron nodig in de vorm van een koolstofbron en mineralen. Die kan men toevoegen.

Het inzetten van bacterieculturen
Door het enten van het aquarium of vijver met bacterieculturen kan men zowel biologische filtersystemen alsmede de bodem biologisch opstarten. Door het toepassen van een bacteriepreparaat in het zoet- of zeewateraquarium of de vijver kan men in een veel kortere tijd een goed functionerend milieu bereiken. Dit komt omdat deze bacterieculturen levende bacteriën bevatten die onmiddellijk hun werking ontplooien. Zorg dat de bodemlaag voldoende dik is (in de vijver 10 - 15 cm, in een aquarium 3 - 10 cm). Om zich te vermenigvuldigen hebben deze bacteriën behalve zuurstof natuurlijk ook voedsel nodig. Hun voedsel is het afval dat door vissen wordt geproduceerd of langs andere weg in het aquarium of vijver belandt. Het is als een sneeuwbal die van een helling rolt. Eenmaal aanwezig vermenigvuldigen de bacteriën zich en gaan ze beter functioneren, waardoor de zuiverende werking toeneemt. Ook hun voortplantingssnelheid neemt dan toe. Hogere temperaturen geven een versnelling aan de voortplanting vm deze bacteriën. Vooral in vijvers is dat goed merkbaar, omdat gedurende de winter de bacteriële activiteit sterk afneemt. De bacteriecultuur zorgt ervoor dat er geen ammoniak- of nitrietvergiftiging zal ontstaan en dat de ophoping van nitraat wordt voorkomen. Een eventueel teveel aan nitraat kan ook nog worden afgebroken door anaërobe bacteriën (bacteriën die afbraak verrichten zonder zuurstof). Deze bacteriën zijn in staat om nitraat om te vormen tot elementair stikstofgas, dat reukloos kan ontsnappen uit het water.

De bodem als biologisch substraat voor de afvalverwerking
Het mag duidelijk zijn, dat afval dat door de vissen wordt geproduceerd, naar de bodem van de vijver zal zakken. Bij een juiste korrelgrootte zakt alleen het fijne slib weg naar de onderste bodemlaag. Het grovere slib blijft ofwel op de bodem liggen of bevindt zich in het bovenste deel van de bodemlaag. In het bovenste deel van de bodemlaag bevindt zich nog juist voldoende zuurstof om de aërobe bacteriën de kans te geven het afval af te breken langs de zuurstofrijke weg. Hierdoor ontstaan nitraten. In het onderste deel van de bodemlaag, waar veel minder of nauwelijks zuurstof aanwezig is, wordt een milieu geschapen voor de anaërobe bacteriën, die in staat zijn het vuil verder te verwerken. Dit gebeurt door middel van de nitraatafbraak tot elementair stikstofgas. Ook zullen facultatief anaërobe bacteriën het fijne slib afbouwen tot oplosbaar afval. Op die manier draagt de bodem door middel van haar depotwerking bij tot een natuurlijke zuivering (filtratie) van het vijvermilieu. In het aquarium zal dit slechts zeer moeizaam kunnen worden bereikt. De hogere temperaturen van het tropisch aquarium zorgen ervoor dat gemakkelijk giftige anaërobe plekken in de bodem ontstaan, welke gevaarlijke toestanden kunnen creëren voor vissen en planten.

Waterbeheersing door middel van chemie

Bemestingsmiddelen
Zoals reeds in begrippen uit de wateranalyse is vermeld, hebben planten voedingsstoffen nodig om zich optimaal te kunnen ontplooien. Buiten de in grote hoeveelheden verbruikte mineralen zoals calcium, magnesium, natrium, kalium, fosfor, nitraten etc. hebben planten ook sporenelementen nodig. Er zijn twee soorten bemestingsmiddelen in de handel. Ten eerste complete bemestingsmiddelen die alle noodzakelijke stoffen bevatten. Een voorbeeld is Floracell, dat een complete samenstelling is van mineralen en sporenelementen. Ten tweede zijn er de ijzermeststoffen, die slechts een combinatie van ijzer met sporenelementen bevatten. Welke van deze dient te worden toegepast, hangt af van de bevolkingsgraad van de vijver of het aquarium. In dun bevolkte aquaria wordt een totaalmeststof gebruikt. Gebruik in sterk bevolkte aquaria uitsluitend een ijzermeststof om te voorkomen dat hoeveelheden van de mineralen te sterk oplopen.

Algenbestrijdingsmiddelen
Alvorens we op goed geluk een algenbestrijdingsmiddel aan een aquarium of vijver toevoegen, dienen we ons af te vragen wat nu de oorzaak van deze algentoeneming is geweest. Meestal ontstaan algen door het toenemen aan afvalstoffen, zoals nitraten en fosfaten. Ook kan door een stagnerende plantengroei de hoeveelheid afvalstoffen drastisch toenemen. Wil men toch een algenbestrijdingsmiddel gebruiken om in ieder geval snel van de algen te zijn verlost, dan dient men zich te realiseren dat door de algenbestrijding de algen plotseling afsterven. Deze afstervende algen vormen op zichzelf al een enorme belasting voor het aquarium of de vijver. Dit kan gemakkelijk aanleiding geven tot vergiftigingen. Dit is te voorkomen door alvorens het middel toe te dienen eerst de grootste hoeveelheid algen handmatig te verwijderen.

De combinatie van bemesting en bestrijding
Beter is het om voor een biologische oplossing te kiezen. Eerst dient men dan zorgvuldig na te gaan of het aquarium of de vijver niet is overbevolkt. Niet het aantal vissen is bepalend voor de belasting van het milieu, maar de hoeveelheid voedsel die wordt verstrekt. Met een dito hoeveelheid afvalstoffen van de vissen. Voert men niet, dan komt er ook geen afval bij. Het is dus zaak zuinig om te springen met de voedering. Vooral in een vijver kunnen in de koelere maanden met een drastische verlaging van de hoeveelheid verstrekt voedsel goede resultaten worden bereikt. Ook is het mogelijk om draadalgengroei terug te dringen door op een juiste manier een plantenbemesting te gebruiken in combinatie met een bacteriestartcultuur. Uiteraard duurt een op deze manier ingezette biologische bestrijding vele malen langer dan het gebruik van een bestrijdingsmiddel tegen algen. Het resultaat is echter veel duurzamer, doordat ook de oorzaak is weggenomen.

Waterverbeteringsmiddelen
Ruwweg kan men de bestaande waterverbeteringsmiddelen in een aantal categorieën opdelen, te weten:

Visbeschermingsmiddelen
Een dergelijk middel brengt een kunstmatige slijmlaag aan op de huid van de vis. Speciaal op de plaatsen waar verwondingen zijn ontstaan door bv. transport of slecht water zal het middel een beschermende laag vormen. Hierdoor worden infecties voor het grootste deel voorkomen. Ook zorgt een dergelijk middel voor een neutralisatie van het aanwezige chloor en koper in vers leidingwater. Deze stoffen kunnen snel aanleiding geven tot vergiftigingsverschijnselen bij gevoelige siervissen in zowel aquarium als vijver.

Middelen om de fysieke waterkwaliteit te beïnvloeden (KH-plus, CH-plus, pH-minus)
Dergelijke middelen kunnen zowel in een vijver als aquarium worden gebruikt om de KH-, GH- en pH-waarde aan te passen. Wel dient men zich te realiseren dat een verhoging van de KH ook een verhoging van de pH met zich meebrengt. In een vijver met extreem veel zweefalgen kan men hoge pH-waarden meten als gevolg van een koolzuurgebrek. Deze hoge pH-waarden kan men beter niet corrigeren. Indien de zweefalgengroei door een vlokkingsmiddel is verwijderd, zal vanzelf de pH-waarde zakken naar een normale waarde.

Geneesmiddelen
Het gebruik van geneesmiddelen heeft ook invloed op de kwaliteit van het water en tast tevens bacteriën aan. Het is daarom belangrijk niet steeds gedurende langere tijd geneesmiddelen toe te passen. Hierdoor is het mogelijk dat giftige tussenproducten ontstaan uit de afbraak van afvalstoffen, zoals het giftige ammoniak. Na het gebruik van geneesmiddelen kan men het beste het water gedeeltelijk verversen. Ook het gebruik van een hoog actieve koolstof versnelt de verwijdering van de restanten van een dergelijk toegepast middel.

Aquarium- en vijvertechniek in de praktijk:
Waterchemie know-how (deel 1)
Waterbeheersing door middel van techniek (deel 3)